De kracht van de mensen in regionale samenwerkingsverbanden

In mijn vorige weblog noemde ik al de mensen als één van de belangrijke succesfactoren voor regionale samenwerking. In welke samenwerking niet trouwens.....  De afgelopen weken ben ik mij nogmaals bewust geworden van het belang van deze menselijke factor. Een paar voorbeelden:

Vertegenwoordigers vanuit onderwijsorganisaties nemen deel aan een stuurgroep op strategisch niveau. Zij nemen deel, maar ondernemen verder geen activiteiten om uitvoering te geven aan gemaakte afspraken. Het lijkt wel of alleen aanwezig zijn het doel is.

Een vertegenwoordiger vanuit de werkgevers neemt deel aan een stuurgroep op strategisch niveau. Ook hier zag ik wel aanwezigheid bij de bijeenkomsten, maar verder geen activiteiten gericht op het realiseren van de doelen van het samenwerkingsverband. Wel zag ik activiteiten buiten het samenwerkingsverband om die gericht waren op gebruik van uitkomsten en relaties voor eigen doeleinden.

Vertegenwoordigers vanuit onderwijsorganisaties nemen deel aan werkgroepen op tactisch en uitvoerend niveau. Hun bijdrage in de werkgroepen is vooral gericht op het ter discussie stellen van procedures en gemaakte afspraken. Daardoor worden discussies steeds weer overgedaan en verlamt en frustreert dit de samenwerking.

Werkgroepleden komen herhaaldelijk gemaakte afspraken niet na. De projectleider heeft begrip voor de vertragende factoren en accepteert alle vertraging. De wel actieve werkgroepleden raken gefrustreert door de opgelopen vertraging, maar houden hun mond. Niemand spreekt zich uit en mensen spreken elkaar niet aan.

Er zitten medewerkers in werkgroepen die zijn aangewezen door hun leidinggevende omdat zij nog wat uren over hebben. Zij hebben geen interne motivatie voor de regionale samenwerking en van daaruit ook geen passie voor het onderwerp. Zij zitten in de werkgroep omdat er iemand vanuit de organisatie moest zijn.

Herkenbaar?  Het brengt mij op de volgende gedachte: willen de mensen niet samenwerken of mogen mensen niet samenwerken? Zien de mensen de samenwerking niet zitten of ziet hun organisatie de samenwerking niet zitten?

In het eerste geval lijkt het raadzaam om zo snel mogelijk naar vervangers te zoeken die wel willen gaan voor de zaak. In het andere geval staat de samenwerking ter discussie: gaan alle betrokken partijen er wel echt voor? Waar blijkt dat dan uit? Ik denk dat je beter de regionale samenwerking kunt beëindigen dan dat je door blijft gaan met organisaties die eigenlijk helemaal geen drive hebben om samen iets moois te ontwikkelen.

Het gesprek eerlijk aangaan over ieders drijfveren lijkt dan ook een eerste vereiste: gaan alle organisaties en medewerkers echt voor de regionale samenwerking en de beoogde opbrengst? En daarbij ook: is iedereen bereid om in mogelijkheden te denken in plaats van in vaststaande regels? Waar worden de mensen enthousiast van als het gaat om regionaal samenwerken aan kwaliteit van de beroepsopleidingen?  

Zou niet elk regionaal samenwerkingsverband met dit gesprek moeten beginnen en elk jaar weer opnieuw voeren?!
Trefwoorden: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Weblog