Focus op vakmanschap, maar dan anders

Minister van Bijsterveldt heeft de notitie "Focus op vakmanschap" opgesteld. De focus in deze notitie ligt sterk op het leren van een beroep door het volgen van een opleiding en het doorstromen binnen beroepsonderwijs.
Hier herken ik een aanname die ervan uitgaat dat je een beroep vooral leert in de schoolbanken. Hoe meer les je op school krijgt, hoe beter je het vak leert. Het aantal uren stage wordt door de minister dan ook ongeveer gehalveerd ten gunste van meer lesuren op school.
Een andere aanname die ik herken is dat het opleidingsniveau bepaalt in hoeverre je een vakvolwassen beroepskracht bent. Hoe hoger je genoten opleiding, hoe beter je vakmanschap.Ik heb twijfels bij deze aannames. In mijn visie leer je op school de basisbeginselen van een beroep en de beroepshouding. Na diplomering heet je niet voor niets: beginnend beroepsbeoefenaar. Je bent dan in staat om als starter in het beroep aan de slag te gaan. Dan begint het "echte werk" pas. In het samenwerken met collega's en door ervaring op te doen krijg je het beroep steeds meer in de vingers en ontwikkel je je vakmanschap. Dit geldt zowel voor MBO als voor HBO afgestudeerden. Ook een afgestudeerde HBO-er moet het vak nog leren.

Wat mij opvalt is dat er voor het ontwikkelen van dit vakmanschap op de werkplek weinig aandacht is. Er zijn beroepsprofielen die aangeven wat een vakvolwassen beroepskracht zou moeten kunnen, maar hoe kom je daar? Hoe geef je sturing aan je loopbaan van beginner tot vakvolwassen beroepskracht? Waar moet je je aan spiegelen?

Voor FCB voer ik het project Versterkt EVC uit. Wat we hierin doen is het ontwikkelen van standaarden die gericht zijn op doorgroei in een beroep na diplomering. Als proef doen we dat voor de beroepen Sociaal Cultureel Werker en Jeugdzorgwerker. Als standaarden kiezen we voor de gevorderd beginner, de gevorderde en de vakvolwassen beroepsbeoefenaar. Medewerkers kunnen zich spiegelen aan deze standaarden en zich zo verder inhoudelijk ontwikkelen binnen hun functie / beroep. Zij krijgen zo helder waar zij goed in zijn en wat nog nodig is om door te groeien naar het niveau van vakvolwassen beroepskracht. De standaarden zijn inmiddels vastgesteld door sociale partners.

De volgende stap is de standaarden gebruiken voor een EVC-procedure. Medewerkers kunnen hun competenties naast de nieuwe standaarden leggen en zo aantonen wat hun mate van vakvolwassenschap is. De uitkomsten van de EVC-procedures willen de branches verzilveren met een certificaat dat landelijk waarde heeft en op een CV gezet kan worden.Voor het uitvoeren van deze EVC-procedures leggen we contact met EVC-uitvoerders in het beroepsonderwijs. Dat doen we met een reden: door het afnemen van EVC-procedures krijgen deze EVC-uitvoerders zicht op de ontwikkeling en doorgroei van afgestudeerde medewerkers in hun beroep. Nieuwe trends in een beroep of competenties die bij veel kandidaten ontbreken worden zichtbaar en kunnen doorgegeven worden aan de onderwijsontwikkelaars. Zo kan er een belangrijke verbinding ontstaan tussen onderwijs en arbeidsmarkt, wat zich vertaalt in passende beroepsopleidingen.
En daar is de Nederlandse economie toch bij gebaat: afgestudeerde mensen die competenties hebben geleerd waar de arbeidsmarkt om vraagt. Focus op vakmanschap, maar dan anders!

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.