Focus op Vakmanschap 2

In dit weblog ga ik door op wat ik schreef in mijn eerdere weblog Focus op vakmanschap.
Het valt mij op dat in veel vacatures allereerst gevraagd wordt naar het hebben van een beroepsdiploma, mbo of hbo. Daarnaast gaat het dan om generieke competenties als: netwerken, analyseren, passie, leervermogen, zelfstandigheid.
Beiden zijn zeker belangrijk, maar wat zeggen ze nu eigenlijk?
 
Een beroepsdiploma, mbo en hbo, leidt op tot het niveau van een startende professional. Je toont daarmee aan dat je de basisprincipes van het beroep hebt geleerd. Deels op school, deels in de praktijk.
De generieke competenties zeggen iets over de mate waarin je, naast je beroepsvaardigheden, in staat bent tot het (samen)werken en leren in een organisatie en in een wereld die aan veranderingen onderhevig is.
Maar wat zegt dit nu echt over het vakmanschap van de professional?
 
Met FCB ben ik aan de slag om het vakmanschap van professionals in de jeugdzorg en welzijn & maatschappelijke dienstverlening inzichtelijk te maken, te herkennen en te verzilveren. En als uitgangspunt te nemen voor persoonlijke ontwikkeling, vakmanschap, leven lang leren en mogelijke wettelijke eisen voor beroepsregistratie.
Hoe doen we dat?
 
De bestaande beroepsprofielen voor jeugdzorgwerker en sociaal-cultureel werker namen we als uitgangspunt. Een beroepscompetentieprofiel geeft aan wat een vakman/vrouw allemaal moet weten, kunnen en zijn. Het beroepsdiploma, mbo en hbo, is een eerste afgeleide daarvan, de starter. Daartussen ontwikkelden we drie standaarden:
  • de gevorderd beginner (2 jaar werkervaring)
  • de bekwame beroepskracht (2-5 jaar werkervaring) 
  • de vakvolwassen beroepskracht (> 5 jaar werkervaring).
 
Organisaties en medewerkers kunnen de standaarden als uitgangspunt te nemen voor persoonlijke ontwikkeling en groei naar vakmanschap. Dit kan bijvoorbeeld door medewerkers een portfolio te laten vullen met bewijsmateriaal waarin zij aantonen dat zij de competenties uit één van de standaarden beheersen. Interne mentoren en collega's kunnen hierin meedenken.
Is een portfolio helemaal gevuld dan kan een medewerker zich aanmelden voor een EVC-procedure. Met een aantal erkende EVC-uitvoerders maakt FCB, namen sociale partners, afspraken over de wijze van uitvoeren, rapporteren en financieren.
Geeft de EVC-rapportage aan dat de medewerker alle competenties voldoende heeft aangetoond, dan ontvangt de medewerker een branchecertficaat voor één van de standaarden. Dit certificaat heeft waarde binnen de gehele branche, en geeft aan wat het niveau van vakmanschap is van de medewerker. Daarnaast zegt het branchecertificaat ook iets over de meer algemene competenties, want je moet bijvoorbeeld wel leer- en reflectievermogen hebben om een portfolio te kunnen vullen.
 
De persoonlijke ontwikkeling is dan niet klaar, de medewerker kan de volgende standaard als doel nemen en zich de komende jaren binnen en buiten het werk bekwamen op de competenties die dan belangrijk zijn. Het ultieme doel is dat dit persoonlijke trajecten zijn waarin informeel leren en formeel leren samengaan. Bijvoorbeeld door een bij- en nascholingsaanbod dat gericht is op de branchestandaarden.
Is een medewerker de vakvolwassen vakman/vrouw, dan volgt een mogelijke inzet als assessor bij de EVC-trajecten, interne mentor van collega's en studenten en/of het volgen van een master-traject. De vakman/vrouw gaat haar kennis en kunde overdragen. En alleen deze vakmensen komen daarvoor in aanmerking!
Mooie linken zijn dan ook te leggen met beroepsregisters: niet (alleen) het volgen van intervisie en het bezoeken van congressen leidt tot (her)registratie. Maar het aantonen van je niveau van vakmanschap, het branchecertificaat.
In schema ziet dit traject er als volgt uit:
 

 
Wat betekent dit voor onderwijs en werkveld:
  • Door standaarden voor vakmanschap centraal te stellen weten professionals in welke richting zij zich kunnen ontwikkelen. Leven lang leren kan zo vorm en inhoud krijgen. Vakmanschap wordt beloond door inzet als begeleider (werkmeester) en/of assessor van minder ervaren collega's en studenten.
  • Er ontstaat beroepsidentiteit. Beroepsopleidingen zouden daar meer aandacht aan moeten besteden: wat betekent werk voor mij en wat kan ik met mijn werk/beroep betekenen voor de wereld om mij heen? Wat is de (markt)waarde van mijn beroep?
  • De beroepsstandaarden vormen een belangrijke schakel in de aansluiting tussen beroepsonderwijs en werkveld. Leren en inzetten van vakmensen moet een belangrijke plaats innemen.
  • Organisaties hoeven geen competentielijsten te ontwikkelen voor hun medewerkers, de beroepsstandaarden zijn uitgangspunt.
  • Binnen organisaties kan het informele leren een kader krijgen in de branchestandaarden.
  • Her- en bijscholing kan zich focussen op de branchestandaarden.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.